Interview met de Koerdische dichteres Beri Bihar
“Jarenlang is cultuur het domein geweest van mannen”In de Koerdische literatuur is sprake van een nu pêl, oftewel een nieuwe stroming. Er is een generatie opgestaan van jonge Koerdische schrijvers. Beri Bihar is een van de weinige vrouwen. Ze publiceerde in de tijdschriften Penus, en Rewsen Name en debuteerde in 2002 met haar dichtbundel Qesem. Terwijl het werk van veel van haar tijdgenoten wordt gekenmerkt door een 'modern-stedelijke' dynamiek, vormen verhoudingen tussen man en vrouw en sociale patronen van het plattelandsleven de achtergrond van het werk van Bihar.
Istanboel is de standplaats van de meeste uitgeverijen, maar Diyarbakir is het middelpunt van nu pêl schrijvers als Jana Seyda, Dilawer Zeraq, Cihan Roj, Kawa Nemir en Beri Bihar. De stad huivest een levendige culturele scene. Het duiden van de nu pêl in het Koerdische culturele leven is niet eenvoudig. Mogelijk ligt de gemeenschappelijke noemer in de negatie: non-conformisme, non folklorisme, non- parochialisme. Grensen worden opgezocht, geexperimenteerd met nieuwe stijlen en vormen. Zo ook het werk van de dichteres en schrijfster Beri Bihar. Het plattelandsleven vormt de achtergrond van een groot deel van haar gedichten, echter zonder de sfeer op te roepen van sociale melancholiek of folklorisme. Integendeel, ze weet in haar werk met eenvoudig en direct taalgebruik Koerdische sociale verhoudingen treffend te deconstrueren. Ze is ook een van de weinigen die de man -vrouw verhoudingen op de korrel neemt, zonder daarbij te vervallen in pamflettisme.
Uw gedichtenbundel Qesem begint met een anekdote uit het leven op het Koerdische platteland. Kunt u daar iets meer over vertellen?
Beri Bihar: "Het voorwoord verhaalt een traditie die een uitvergroting geeft van sociale verhoudingen tussen mannen en vrouwen in Koerdistan. Ik ben opgegroeid in een dorp in de buurt van Batman, een typische Koerdische agrarische samenleving. Toen mijn moeder nog klein was, was het gebruikelijk om in de maand september de ram weg te halen bij de schapen en gedurende vier tot vijf weken te vertroetelen. Na die periode van afzondering werd de ram op rituele, bijna carnavaleske wijze, naar de schapen gebracht. Het hoofd van de ram was versierd met rood lint en kralen, zijn vacht was gewassen, en op zijn rug zat een jong meisje van rond de negenjaar oud. Het leek wel een bruiloftstoet, met als middelpunt die op krachten gebrachte en opgetuigde ram, mooi gemaakt voor de schapen in het dorp. Het ritueel diende ertoe een vruchtbare reproductie van vee in het komende jaar te verzekeren."
"Mijn moeder is een keer het meisje geweest dat op de rug van de ram mocht zitten. Het was de enige keer in haar leven dat zij het idee had dat haar sociale omgeving haar als meisje waardeerde... Het illustreert de sociale positie van de vrouw, die in de Koerdische asiret (stam) en de Koerdische familie uitsluitend een reproductieve waarde heeft."
"Al vanaf mijn vroege kindertijd heb ik een opstandige geest tegen de sociale, seksuele, religieuze, en politieke onderdruk- king van vrouwen door mannen, zowel binnen het gezin als daarbuiten. De soevereiniteit van mannen over vrouwen heb ik nooit geaccepteerd. Hoe is het mogelijk dat de één de slaaf van de ander is, terwijl zij elkaars gelijken zouden kunnen zijn? In het dorp beschouwden ze me als opstandig, eigenwijs, iemand die niet luistert, maar tegelijkertijd waren er veel meisjes en vrouwen in mijn eigen familie die niet veel anders dachten dan ik, maar uit angst voor de mannen in hun gezin hun gedachten vaak niet durfden te uiten."
"Jarenlang is kunst en literatuur -niet alleen in Turkije en Koerdistan -het domein geweest van mannen. Het vrouw- beeld in kunst en literatuur is door mannen gevormd en geschreven, maar al vanaf de eerste letter v van het woord vrouw zijn zij niet in staat dat op een goede manier te doen."
"Pablo Neruda is de gevierde dichter van de liefde, maar niet in gelijke mate voor mannen en vrouwen. In zijn gedichten is de vrouw het object van liefde en de man subject. In het werk van de schrijver Ahmet Altan is dat vrouw object -man subject perspectief ook zeer nadrukkelijk aanwezig. De vrouw bestaat niet als vrouw, maar krijgt pas bestaansrecht via de man."
"Dat mannen het perspectiefvan de man verwoorden is wellicht ook niet zo verwonderlijk, maar we moeten ons wel bewust zijn van dit gender perspectief. Er is namelijk ook nog een ander perspectief, dat van de vrouw, en dat is ook in kunst en cultuur nog weinig ontwikkeld."
"Ook in de Koerdische bevrijdingsstrijd is de rol van de vrouw vaak onzichtbaar geweest. De laatste jaren hebben we -mede onder politieke invloed van de PKK -een politisering van de Koerdische vrouw gezien, zowel binnen het gezin, de maatschappij, als het politieke systeem, en ook op het terrein van kunst en cultuur. Deze ontwikkelingen dragen ertoe bij dat vrouwen meer adem kunnen halen, het sociale leven vrijer wordt."In de jaren negentig was Diyarbakir een belegerde stad, de Koerdische gebieden een strijdperk met als belangrijkste actoren de PKK en het Turkse leger. Is de oorlog een thema in uw werk?
"De oorlogsjaren hebben diepe sporen getrokken in mijn leven en dus ooki nvloed op mijn werk. Maar de oorlogsjaren begonnen niet in de jaren negentig. Voor mij begon de oorlog al in de jaren zeventig. Nog voor er ook maar sprake was van een PKK voerde Turkije al oorlog tegen ons."
"Ik was nog maar vijf of zes jaar oud toen ik voor het eerst kennis maakte met razzia 's door Turkse militairen. Ze vielen ons dorp binnen en doorzochten ons huis en dat van anderen. Het verdriet om de mannen en vrouwen die zij vermoordden, het zitten naast de opgebaarde doden, is een onvergetelijke gebeurtenis in mijn leven. Met het voortschrijden van de tijd is de oorlog een soort levensstijl geworden. Het leven werd oorlog. Dat is natuurlijk ook terug te lezen in mijn gedichten, bijvoorbeeld in het gedicht Zarokên Roje (Kinderen van de zon)."Het eerste dat opvalt aan uw gedichten is het eenvoudige taalgebruik. In een essay dat u publiceerde op uw eigen web- site (www.beribihar.com) uit u stevige kritiek op de jonge generatie van Koerdische schrijvers, die ondoorgrondelijk taalgebruik tot stijl zouden hebben verheven. Kunt u dat toelichten?
"Als je als dichter of schrijver wilt datje begrepen wordt, moet je begrijpelijk schrijven, zo simpel is 't. Ik probeer daarom om mijn gedichten te schrijven in levend Koerdisch. Het is niet moeilijk om een gedicht te schrijven met woorden die nie- mand begrijpt, omdat ze geen deel zijn van de levende taal, maar alleen bestaan in woordenboeken. Deze woordenboekentaal maakt gedichten en verhalen steriel."
"Ik heb niet de behoefte om te imponeren met dure woorden, maar wil juist een gevoel overbrengen. Bovendien wil ik ook dat mijn moeder in staat is te begrijpen wat ik schrijf. Daarom zet ik me af tegen de neiging onder de nieuwe generatie Koerdische schrijvers om onbegrijpelijke woorden te gebruiken. Het is mij ook niet helemaal duidelijk waar die drang vandaan komt. Wellicht heeft het te maken met het idee dat literatuur zo hoort te zijn, dat moeilijke woorden gewichtige boeken maken. Wellicht is het deels ook een politieke erfenis. We zijn opgegroeid in een land waar de gedachtepolitie op de loer ligt en we hebben ons eraan gewend om verhullend te spreken en te schrijven. Maar mijn gevoelens tot gedichten maken in eenvoudig en open taalgebruik en vervolgens constateren dat mensen het begrijpen, is voor mij een geweldige gebeurtenis. Daarom is het gebruik van eenvoudige, levende taal een bewuste keuze,"Is het moeilijk om uw werk gepubliceerd te krijgen?
"In Turkije zijn niet veel uitgeverijen en tijdschriften die Koerdischtalige werken publiceren, hoewel hun aantal de laatste jaren toeneemt. Onlangs is er in Diyarbakir een Koerdische uitgeverij opgericht. Daarnaast is het lezerspubliek in de Koerdische taal nog niet erg groot en hebben de meeste Koerdische uitgeverijen en tijdschriften financiële problemen."
"De gevestigde Koerdische uitgeverijen, zoals Avesta, geven de voorkeur aan bekende schrijvers en bekende werken. Kleinere uitgeverijen, zoals Si, hebben onvoldoende geld om goede kwaliteit af te leveren. Het is dus niet eenvoudig om je werk uitgegeven te krijgen, zeker wanneer je als schrijver nog geen naam hebt gemaakt."
"Maar het publiceren van een gedicht of ander werk begint met de beslissing van de schrijver zelf. Mij kost het veel moeite die beslissing te nemen. Ik verkeer in grote tweestrijd wanneer ik moet bepalen of een gedicht geschikt is voor publicatie of niet, omdat een gedicht dat eenmaal gepubliceerd is niet alleen meer aan mij toebehoort, maar ook aan de lezers."Hoe bent u begonnen met schrijven, in het Turks of in het Koerdisch?
"Ik ben in mijn middelbare schooltijd begonnen met het schrijven van gedichten, en dat was in het Turks, de taal die ons werd opgelegd en waarin we ons gedwongen zagen uit te drukken. Het Koerdisch was verboden. We spraken thuis weliswaar Koerdisch, maar omdat ik naar een kostschool ging, zoals veel Koerdische jongens en meisjes, leefden we veel van onze tijd in een Turkse taalomgeving."
"Op de middelbare school nam ik deel aan een gedichtenwedstrijd. Mijn inzending werd tot beste gekozen. Ik voelde mij erg aangetrokken tot de gedichten van Orhan Veli. Zijn dichttaal is eenvoudig en hij behandelt dagelijkse, herkenbare onderwerpen. Koerdische gedichten heb ik leren kennen via Cegerxwin. Ook Cegerxwin gebruikt in zijn gedichten eenvoudige en beeldrijke taal. Begrijpelijk, vloeiend, en indrukwekkend. Het werk van Osman Sabri, een andere Koerdische dichter die een grote indruk op mij heeft gemaakt, ademt deze sfeer eveneens uit. De eerste grote werelddichter waarmee ik kennis maakte buiten het Koerdische en Turkse taalgebied was Pablo Neruda. Hij heeft aan mijn leven en schrijven een zweem van romanticisme gegeven."
"Nadat ik kennis had gemaakt met Cegerxwin, ben ik in het Koerdisch gaan schrijven. Dat was in het eerste jaar van mijn studie aan de Universiteit van Ankara. In eerste instantie schreef ik vooral gedichten, ook omdat ik muziek maakte. Ik probeerde mijn gedichten in de vorm van songteksten te schrijven."
"In het begin koste het schrijven in het Koerdisch mij erg veel moeite. In het Turks- kon ik mij beter uitdrukken, en dat maakte mij onrustig. De taal van de assimilatie beheerste ik in de literatuur beter dan mijn moedertaal. Ik heb toen radicaal besloten niet meer in het Turks te schrijven. Dat is nu dertien jaar geleden."
"De laatste tijd werk ik meer aan korte verhalen en sinds vier jaar werk ik aan een roman. Ik denk dat ik nog één of twee jaar nodig heb om mijn roman afte maken. In de tussentijd schrijf ik ook nog steeds gedichten, publiceer ik reisverhalen, en ben ik aan het nadenken over een kinderboek. Want een Koerdisch voorleesboek voor kinderen schrijven, dat is een grote wens."Dit is een licht gewijzigde versie van een reportage met Beri Bihar Soera, Midden-Oosten en Noord-Afrika Tijdschrift, jaargang 11, nummer 4, 2003, pagina 20-22